Onze kerstboom staat sinds 6 december al weer hysterisch haar ding te doen. Ik heb er hard mijn best voor gedaan om mijn Hongaarse genen eer aan te doen. De boom zit vol met een kakafonie aan kleuren. Het is een soort ker(st)mis boom geworden.

Ik heb altijd een soort haat liefde verhouding gehad met Kerst. Enerzijds word ik blij van het kneuterige en het gezellig samenzijn en anderzijds voel ik me altijd in een soort keurslijf gedwongen… De druk van ‘het moet gezellig zijn’, zeg maar.

En hoeveel ik ook van eten houd, na drie dagen in het gareel pootjes te hebben gegeven aan diverse tafels met copieuze diners kijk ik reikhalzend uit naar een wortel of gewoon een stengel selderij.

Een jaar of wat geleden belande ik aan een tafel tijdens Kerstmis waarbij mijn hart een vreugdedansje maakte toen de kazen aan het einde van de avond op tafel kwamen. Eindelijk iets te eten met smaak… Ik had de hele avond nauwelijks iets gegeten omdat het gewoon echt niet lekker was.

Nu denk je misschien dat ik een kooksnob ben, maar dit was in een fase in mijn leven dat ik qua koken niet veel verder kwam dan een gekookte aardappel, bloemkool met lammetjespap en een karbonade. Ik was in die tijd  absoluut niet bezig met zuurtjes, zoetjes, zoutjes, bittertjes, umami en andere culiminnende termen.

Zo had mijn zus, al sinds jaar en dag vegetariër, ooit het ‘geluk’ dat ze tijdens een kerstdiner in een restaurant (we schrijven 2001) zeven gangen lang getrakteerd werd op… champignons. Ik zweer het je, na de vijfde  gang veranderde haar hoofd in een champignon. Er is in de afgelopen dertien jaar gelukkig veel veranderd voor vegetariërs!

Vorig jaar had ik besloten om een diner Engelse stijl te maken. We begonnen met een knolselderij soep met wat crème fraîche. Het hoofdgerecht bestond uit Beef Wellington met zelfgemaakte paté, geserveerd met spruitjes met pancetta en kastanjes, gegrilde groenten en old school mega romige aardappelpuree (een klein beetje mayonaise toevoegen is de truc, maar je hebt dit niet van mij) met een dun laagje zelfgemaakte paneermeel voor een beetje oemf. Beef Wellington is ossenhaas met een laagje paté en heel fijn gehakte gebakken champignons. En wordt vervolgens omhuld met bladerdeeg en afgebakken in de oven. Absoluut een aanrader! En als je een goede paté bij de slager haalt, in plaats van deze zelf te maken, bespaar je weer een hoop tijd.

Het dessert bestond uit ‘mince pies’ met ‘mincemeat’. Engelser kan bijna niet. Heerlijke gebakjes gevuld met een mengsel van  -gedroogde- vruchten, noten, kaneel en een beetje brandewijn. Zó lekker!  Helemaal als je ze net uit de oven serveert met wat rumboter.

Bijgaand links naar de gerechten die ik genoemd heb, ter inspiratie!

Knolselderij soep

Beef Wellington

Spruitjes met pancetta en kastanjes 

Gegrilde groenten

Romige aardappelpuree 

Mince pies 

Brandy butter 

Terwijl ik dit schrijf, kijk ik nu al uit naar de lamsbout van mijn moeder dit jaar en hoef ik gelukkig niet te wachten tot de kaasplateaus aangerukt worden;-).

Fijne feestdagen allemaal!